Virginie Tehells HAAIENSAFARI
WeblogBismarckarchipelParadijsHaaienroepenMijn FamilieHaaiensafari-loungeForumVerhaal Haaiensafari
papier top

1 mei, middag. Schiphol Lounge.

Niemand die mij zal geloven, maar ik ga de reis naar de Bismarckarchipel werkelijk maken! Met mijn zieke lijf ga ik op expeditie naar de eilanden waar de haai voor het eerst het licht zag. Met blote handen gemaakt door Papoea-god To-Karvuvu. Ik ga het paradijs zien. Deze blog wordt het bewijs van mijn reis! M'n familie laat mij koud. Toch vind ik het jammer dat ik Eugenie, mijn zus, niet meer gesproken heb. Maar ook zonder haar ben ik op Schiphol terecht gekomen. De grondstewardessen hebben me naar de business lounge gebracht. Hier begint mijn reis, dus hier schrijf ik dan ook maar mijn eerste bijdrage.

Feitelijk staan mensen en haaien dichter bij elkaar dan de wetenschap tot nu toe heeft onderkend. Ik ga onderzoeken hoe de verhoudingen nu werkelijk liggen. De reputatie van het 'moorddadige monster van de wereldzeeŽn' zal in een verrassend ander daglicht komen te staan. Ik ben er van overtuigd dat er onder het koraal in de Bismarckzee, of in de bergen van ťťn van de eilanden schedels en botten te vinden zijn die mijn stelling ondersteunen. Lucy, de veel te beroemde Afrikaanse vrouw van een paar miljoen jaar oud, blijkt slechts een irrelevante tussenstap te zijn op weg naar wat wij nu de mens noemen; de homo sapiens. Lucy wordt verdrongen door de haaivrouw van de Bismarckarchipel, de homo carcharodus; laten wij haar Virginie noemen.

3 mei, ochtend

Net aangekomen op het eiland. De reis ging geweldig. Het regent buiten nog steeds pijpenstelen. Als dit de hele tijd zo blijft houd ik het wel uit. Het moet niet te warm worden want dan gaat mijn ziekte waarschijnlijk weer opspelen.
Mijn onderkomen Valt niet mee mijn log zo bij te houden op een 56K modempje. De computer hier kan het maar net aan. Het zijn aardige mensen hier van het hotel. De baas schijnt een AustraliŽr te zijn, Bill heet 'ie. hoorde ik al in het vliegtuig maar hij is er niet. Het is nu 11 uur in de morgen dat betekent toch ongeveer 11 uur in de avond in Nederland. Moet ik straks tegen de slaap gaan vechten denk ik. Moeilijk, vind ik, een dagboek bijhouden maar moet ik toch doen. Wie zal dit eigenlijk lezen? Ik hoop Eugenie. Ik heb haar wel gezegd dat ik een weblog ging bijhouden. Misschien mag ze niet van haar man John.

3 mei middag

Net even gelegen. Een diepe coma meteen. Moet me wel aanpassen want anders lig ik elke nacht wakker en ga ik de dagen niet bewust meemaken. Dus ik heb me maar losgerukt van mijn bed. Zit nu in de eetzaal van Hotel Kavieng. Hierachter is de drankzaal. Net even binnengekeken. Zit vol Papoea's met opvallend rode lippen en slechte tanden. Het hotel heeft iets Engels qua inrichting, de gewoonten zijn hier sowieso meer Angelsaxisch dan ik dacht. Papoea's die grammaticaal perfect Engels spreken. Uit wat ik begrepen had van de info was dit toch lang een Duitse kolonie geweest. Maar daar kom je niks meer van tegen. Buiten regent het nog steeds. Is het eigenlijk regentijd?

 
 

4 mei ochtend.

6 uur. Echt slecht geslapen. De hele nacht wakker gelegen.
Mijn bed Gisteravond nog wat gegeten. Iets met vis, gefrituurd. Misschien had ik toch de boot hier naartoe moeten nemen. Dan wen je natuurlijk geleidelijker aan het tijdsverschil. Nu is het echt moordend. Toch valt het wel mee hoe moe ik ben. Had gedacht dat de reis mij zwaarder zou vallen. Maar ik heb ook zoveel hulp gekregen! Onderweg heb ik nooit mijn handbagage hoeven dragen. Ik heb natuurlijk ook niet veel bij me maar toch. Overstappen op Changi in Singapore was ook geweldig. Mooie luchthaven. Misschien moet ik op de terugweg gewoon even de stad ingaan!
Hier is het gestopt met regenen, dus kan eindelijk es gaan rondkijken in het stadje. Er schijnt ook iets van een bibliotheek te zijn. Zo hoorde ik van Kate, de receptioniste van het hotel.

4 mei. Later in de ochtend.

Weet nu hoe het komt dat iedereen hier extreem rode lippen heeft. Ze zijn allemaal aan de beetle nut. Nou niet iedereen natuurlijk. Volgens Kate is het enorm verslavend en leidt het tot een ongekende lethargische lamlendigheid. Schijnt trouwens op heel veel eilanden in de Stille Zuidzee gebruikt te worden. De beetle nut groeit gewoon lang de kant van de weg en dient gekauwd te worden. Samen met een goedje in een wit potje, iets van koraalpoeder en een kiem van een plant krijg je dan een rood mengsel wat een relaxt gevoel geeft. Rond 8 uur ' s ochtends zit half Kavieng al relaxt aan de beetle nut. Tegenover het hotel staan drie grote mangobomen, daaronder is de hangplek voor de notenkauwende hangjeugd (van 8 tot 88) van Kavieng. Kinderen hebben trouwens van die veel te schattige blonde krullen. Dat blonde verdwijnt blijkbaar als Papoea's ouder worden. Ik heb maar een klein rondje gelopen. Hoofdstraat is Coronation Road. Had veel bekijks met mijn krukken. Bibliotheek was dicht.

Nog later die ochtend.

Weer naar de bibliotheek geweest. Ziet er opvallend dicht uit. Liep om het gebouwtje heen en zag achter ook een ingeslagen raam. Volgens Kate moet ik op zoek naar Randy Haggins, heeft een huis naast het hotel maar woont ook elders op het eiland. Is ergens chief van een dorpje of zo. Waar dat precies is weet niemand hier. Net bij het huis gekeken maar de twee mannen die daar rondliepen wisten mij niks te vertellen. Keken wel weer raar naar mijn krukken. Ben nu wel moe, ga maar eens even liggen.

4 mei avond.

Weer vreselijk in slaap gevallen en veel te lang liggen dutten. Lig ik straks natuurlijk weer een nacht wakker! Net van Kate begrepen dat Randy de wandelende oral history is van de Bismarckarchipel. Moet ik echt spreken dus. Kan mij verder op weg helpen denk ik zo. Hij weet vast alles over To-Karvuvu en wie weet kan ik via hem bij de haaienroepers terecht komen. Kate weet van niks. Interesseert zich helemaal niet voor haar eigen cultuur. Haar kinderen zitten in Brisbane op school, vertelde ze me net. Ook blijkt ze de vrouw te zijn van de eigenaar van het hotelmijn hotel en hij zit nu ook in AustraliŽ, bij de kinderen. Ze hoopt ook dat ze later naar AustraliŽ kan. Ze is wel zo lief geweest om voor morgen voor mij een chauffeur te regelen. Ik wil wat meer van het eiland zien. Net ook even langs de bar gelopen. Zit weer vol maar durf niet naar binnen te gaan.

 
 

5 mei ochtend.

Straks staat Clawrence voor de deur. Gaat me een ochtendje rondrijden. Kate heeft me verzekerd dat hij goed Engels praat en duidelijk verstaanbaar is. Ik heb geen zin om de hele tijd te vragen wat hij nu eigenlijk zegt. Heb ik de energie gewoon niet voor. Vannacht tegen verwachting in goed geslapen. Nou ja, wel flink gedroomd maar voel me wonderwel uitgerust. Grappig hoeveel energie zo'n reis je eigenlijk kan geven. Zag er wel een beetje tegenop maar het is echt honderd procent meegevallen!

5 mei middag

Net terug van het ritje. Een stuk de Buluminski highway op. Vreemd wel, het is een totaal primitief eiland maar er ligt wel een vierbaanssnelweg langs de kust. Nou ja, een goed geplaveide weg bedoel ik. Er is geen bewegwijzering. Om de vijf kilometer ongeveer doorsnijdt de weg een primitief dorpje. Ergens na een kilometer of 50 is er een kerk met een schooltje erbij. Clawrence vertelde erbij dat hij hier vroeger op school had gezeten. Nieuw Ierland is een lange reep hooggebergte aan de rand van de Bismarkachipel Kavieng, nog relatief beschaafd, ligt aan de noordwestelijke punt. In het zuidoosten zijn de mensen minder vriendelijk, begrijp ik hier. Daar is de buitenwereld nog niet doorgedrongen. Ben je je leven niet zeker. De Buluminski highway is ruim honderd jaar geleden aangelegd door een Duitse graaf, die hier met een palmolieplantage snel fortuin wilde maken. Iets van Out of Africa maar dan in de Stille Zuidzee. Want voor de Engelsen en AustraliŽrs, Japanners en weer Engelsen en AustraliŽrs zaten hier de Duitsers. Neu Mecklenburg heette het eiland in die tijd. En generaal Bismarck deelde in der tijd in Duitsland natuurlijk de lakens uit, dus vandaar de naam Bismarckarchipel. Graaf Buluminski redde het niet en keerde berooid naar der Heimat terug, maar de eindeloze rijen kokospalmen staan hier nog steeds strak in het gelid. Voor de Duitsers waren hier natuurlijk ook al Nederlanders geweest, Willem Schouten uit het Hollandse Hoorn, de man van Kaap Hoorn onderaan Zuid Amerika, staat te boek als de ontdekker van de eilanden, maar zag er geen brood in. Dommerd.
Net ook Randy gezien. Een wat vreemde man. Spreekt in raadselen. Krijg het idee dat ik de haaienroeper nooit zal zien. Moet vanavond naar de drankzaal in het hotel komen zei hij. Kate is er niet. Kan haar ook niks vragen.
Ga even liggen.

5 mei avond,

Opeens gaat het heel snel! Morgenochtend ga ik met de boot naar Tembin. Met een vriendelijke man die ik vanavond in de drankzaal tegenkwam. Ben gisteravond dus toch naar binnen gaan. Die man leek zo uit de jaren dertig te zijn weggelopen. Een beetje Errol Flynn-type. Woont hier al jaren zei hij. Ik heb hem een beetje uitgelegd over mijn missie. Over mijn haaientheorie. Hij zag daar wel brood in. Hij kan mij in contact brengen met de haaienroeper van Tembin. Ik heb Randy helemaal niet meer gezien.

 
 

6 mei ochtend

Errol Flynn zat vanochtend al in de lobby, slapend met een tropenhoed over zijn gezicht. Vraag me af of hij daar de hele nacht heeft liggen slapen in die stoel. Vraag me ook af of het allemaal wel veilig is. Ga ik niet te snel met iemand mee? Hoewel ik met stokken loop ben ik natuurlijk ook een vrouw. Ik heb 'm net maar wakker gemaakt. Heb 'm nog een paar dingen gevraagd. Hij heeft een handeltje, vertelde hij mij. Hij moest toch langs bij Tembin. En hij kent daar de mensen. Hij zou een goed woordje voor mij kunnen doen.

 
 

Terug in Kavieng, Bismarckarchipel 10 mei

Missie volbracht. Had nooit kunnen bedenken dat het zo'n succes zou zijn! Ik heb gezwommen met haaien. Als ik er aan terugdenk voel ik weer die rillingen. die over mijn lichaam liepen toen ik zittend in de smalle kano de haaien om mij heen zag kronkelen.
Ik ben er zo'n drie dagen geweest. Geslapen in een hangmat. Heb me voor geen moment gehandicapt of ziek gevoeld. Een echt paradijs. Voelde in een warm bad van medemenselijkheid. De aankomst in Tembin was ook overweldigend. Al na mijn eerst moeizame stappen in het rulle zand werd ik opgevangen door vier sterke Papoea-armen.
Gerebernus Ik werd heel hartelijk ontvangen door Gerebernus de haaienroeper en zijn hele familie. Eigenlijk is het hele dorp een grote familie, begreep ik. Ook hebben de mensen er flink veel humor want er werd ook veel gelachen. En niet alleen om mij en mijn 'vreemde' westerse gewoonten. In de avond van de eerste dag zat de familie in een kring en moest ik door een soort van ballotage. Er werden woorden gesproken waar ik weinig van begreep en die mij voorkwamen als bezweringen. Toen kwamen de vragen: Waarom was ik hier? Wat wilde ik? Gerebernus' vader Blasius (ook ooit haaienroeper), zijn broers en zijn zonen; alle mannen van de familie Soko bleken in de kring aanwezig. Allen hadden christelijk namen. Naast Gerebernus, Blasius en NoŽl kan ik me ook nog DaniŽl, Jacob en Cornelius herinneren. Een overblijfsel van de missiewerken van begin twintigste eeuw werd mij gezegd toen missionarissen hier het Roomse woord Gods verkondigden. Naast de redelijke beheersing van de Engelse taal het enige overblijfsel werd mij verzekerd. Ook daar werd om gelachen.

Ik kreeg anekdotes te horen over afgelopen haaienontmoetingen. Hoe Gerebernus keer op keer vanaf zee op zijn hoornschelp kon blazen nadat hij een haai had binnen gehaald. Ook de smakelijke afloop ervan. Had ik de documentaire gezien? Het dorp had er geen goede herinneringen aan. Ruim dertig jaar geleden was de filmploeg hier geweest. Dat was nog in de tijd dat Blasius de haaienroeper was. De filmcrew had drie weken op een boot voor de kust gebivakkeerd en bijna dag en nacht alle bewegingen van Blasius op de voet gevolgd. Vanaf dat moment had het leven in het paradijs op zijn kop gestaan. Het werd erger nadat de documentaire op televisie vertoond was. Vanuit alle hoeken in de wereld stroomden mensen toe, die met eigen ogen wilden zien hoe het leven in Tembin er aan toe ging en hoe Blasius de haaien ving.
Ook het bezoek van Team Cousteau kwam ter sprake. Gelachen werd om hoe die beeldbuiswetenschappers om de tuin waren geleid. Toen al was besloten nooit meer mee te werken aan publiciteit omtrent het haaienroepen. Waarom ik dan wel? Errol was een goede vriend, was hun contact met de buitenwereld. Al vele tientallen jaren. Hij had gisteravond contact gezocht over de radio en had mij aanbevolen. Ik deed mijn verzoek. Ik was hier om de haai te leren kennen. Kon ik mee op haaiensafari? Het kon, maar ik mocht er niet over schrijven. Dat was een absolute voorwaarde. Dat is wel jammer, maar ik denk niet dat het geldt voor dit weblog.

In de ochtend van de derde dag maakte Gerebernus mij zelf wakker. Even later peddelden wij de zonsopgang tegemoet. De dagen daarvoor had hij gemediteerd en met de voorouders gesproken. Bij het rif prevelde hij wat korte zinnen en wierp wat grote keien in het water. Om onze aanwezigheid te melden, begreep ik van hem. Verder weg van het rif, ging de larung het water in, een bamboering waaraan halve kokosnoten waren geregen. Je zou het een ratel kunnen noemen. Op de scheiding van water en lucht bewoog Gerebernus de larung heen en weer, soms snel, dan weer langzaam. Dat was het signaal voor de haaien waarop werd gewacht. Een soort kerkklokkenluiden voor haaienhoogmis. Het geluid van de larung was onder water vele kilometers ver te horen. Op het ritme van de larung zong Gerebernus zijn hypnotiserende haaienroepersliederen.Gerebernus Het duurde ongeveer een kwartiertje voordat de eerste haaien zich bij de kano lieten zien. Ze leken overal vandaan te komen, de rifhaai, de bruine en de zwarte haai kwamen aan de oppervlakte om ons te groeten. Soms tikten ze plagerig met de neus tegen de kano, die daardoor gevaarlijk schommelde. Ze hadden ons zonder enige moeite uit de boomstronk kunnen wippen maar leken zelfs extra voorzichtig. Ik wist dat het veilig was. Dat ik welkom was. Ik heb gezwommen tussen tien, twintig misschien wel dertig enorme spierbundels van soms wel vijf meter lang. Echt een fantastische ervaring.

Nu zo snel mogelijk weer naar huis denk ik maar. Ik pleeg toch een beetje roofbouw op mijn lichaam denk ik. Ben nog niet helemaal aan het tijdsverschil gewend en dan is het misschien slim om terug te gaan. Ben benieuwd wat Eugenie thuis zal zeggen.

 
 

Changi, Singapore. Weet even de dag niet meer...

Met heel veel moeite net uit mijn vliegtuigstoel gekomen. Uit het toestel gereden. Zit nu nog steeds in een rolstoel. Lijkt alsof ik mijn eigen grondstewardess heb toegewezen gekregen voor de overstap. Heb haar net maar even weggestuurd. Ben moe maar voldaan. Voel mijn benen nog amper. Dit stukje zal niet lang worden. Zal ik Eugenie bellen?



papier bottom